Vast op de grens naar Rwanda

We pakten een boda boda terug naar Kabale om daar de bus naar Kisoro te pakken, vanwaar het een kleine 10 km naar de Rwandese grens bij Cyanika is. (Er is een grens naar Rwanda vlak ten zuiden van Kabale, maar we wilden naar het noordwesten van Rwanda omdat daar vulkanen zijn.) Halverwege de motorrit besloten de bestuurders een schuilplaats te zoeken, omdat er heel donkere wolken kwamen aandrijven. We zochten ons heil bij een cafétje met uitzicht op het meer. Niet veel later begon het te stortregenen. We bestelden maar wat warms te drinken; die regenbuien kunnen wel even duren. Onze motorrijders boden we ook wat aan en voor dat we het wisten hadden ze twee biertjes van de man achter de bar… dat was niet helemaal wat we bedoelden! We hoopten maar dat het hun rijvaardigheden niet in de weg zou zitten. Na een goed uur was de regen afgenomen tot een niveau dat het weer te doen was om de motorrit te vervolgen.

In Kabale pakten we een shared taxi en wisten voor een kleine toeslag te bedingen dat we met niet meer dan drie mensen op de achterbank zouden zitten; vier is gebruikelijk, ook al is het een gewone passagiersauto, waar dat amper past en zeker niet veilig is. Om te compenseren stopte de chauffeur een extra passagier voorin, dus twee passagiers op de bijrijdersstoel en twee op die van de chauffeur…

De rit naar Kisoro ging op die manier redelijk comfortabel, en daar aangekomen was onze chauffeur bereid om voor iets meer geld door te rijden naar de grens. Ook heel fijn.

Uitzicht op vulkaan vanaf de Rwandese grens bij Cyanika

Uitzicht op vulkaan vanaf de Rwandese grens bij Cyanika

De grens

Bij binnenkomst in Uganda een maand geleden bleek dat de Keniaanse ambassade in Den Haag die ons het East Africa Tourism Visa had verstrekt, een ander idee had bij de geldigheidsduur van 90 dagen van het visum dan de immigratieambtenaar. We hoopten dat het vandaag allemaal goed zou gaan. De Ugandese ambtenaar had ons drie weken in Uganda gegeven, maar na bellen met de Keniaanse ambassade in Den Haag hadden die ons gerustgesteld dat we nog tot mei in Oost Afrika konden blijven op dit visum.

Het verlaten van Uganda ging zonder problemen; één horde genomen. Alleen nog de stempel van Rwanda en we konden gaan. Maar de ambtenaar wees ons op de “valid until 19-04-2016” tekst op ons visum en zei dat het visum niet meer geldig was. We legden uit dat het inderdaad zo lijkt, maar dat de Keniaanse ambassade had bevestigd dat we slechts vóór 19 april Oost Afrika binnen moesten zijn en vanaf dat moment 90 dagen hadden om de drie landen waarin het visum geldig is, te bezoeken. De man hield voet bij stuk.

Dus wij met onze laatste belminuten op onze Ugandese SIM-kaart met de Keniaanse ambassade in Den Haag gebeld. Nu iemand anders aan de lijn dan de vorige keer. En die had wéér een andere interpretatie. Maar ook hij zei dat we niet meer Rwanda in konden komen als de “valid until” datum op het visum was verstreken. Dat zijn eigen ambassade die zo had gekozen zodat het visum in plaats van 90 dagen de facto maar 55 dagen nuttig was voor ons, erkende hij niet.

De moed zakte ons in de schoenen. Het werd er niet beter op toen de Rwandese ambtenaar zei dat we wel voor $30 per persoon een nieuw visum konden aanvragen, maar dat de verwerkingstijd daarvan 3 dagen was. In de tussentijd konden we misschien terug naar Uganda? Maar die zouden ons ook niet binnen laten op het verlopen visum, en hoewel je daar wel meteen aan de grens een visum kan krijgen, kost dat $100 per persoon. Dat zagen we ook echt niet zitten.

We waren boos en wanhopig. Boos op de Keniaanse ambassade die duidelijk een fout had gemaakt en ons tot drie keer toe verkeerde informatie had verschaft. Boos op Afrikaanse ambtenaren en overheidsfunctionarissen die het kennelijk niet eens voor elkaar kunnen krijgen om regels op te stellen voor een gedeeld visum die iedereen op dezelfde manier interpreteert, ambtenaren die geen probleem hebben om ter plekke een uitleg te verzinnen en dat als dé waarheid te presenteren. En boos op de summiere en tegenstrijdige officiële informatie die op hun websites is te vinden. En wanhopig, want wat moesten we nu?

Gelukkig wisten we rustig en beleefd te blijven, waardoor de Rwandese ambtenaar ons welgezind was en met een mogelijke oplossing kwam. Als wij online een nieuwe visumaanvraag zouden doen en direct daarna zouden bellen naar het immigratiekantoor in Kigali, zouden zij wellicht de aanvraag meteen kunnen verwerken. (Zo fijn dat we tijdens kantooruren de grens overstaken!) Met de laatste megabytes op zijn SIM-kaart is Frans naar de Rwandese immigratie website gegaan en heeft, zo goed en zo kwaad als dat ging op een mobiele telefoon, het formulier voor een visum tweemaal ingevuld.

Bellen naar een Rwandees nummer werd lastiger; al onze belminuten waren op. Uiteindelijk konden we een telefoon lenen en na nog een keer van het kastje naar de muur te zijn gestuurd, kwam het goede nieuws: onze aanvragen werden direct verwerkt en we zouden binnen een paar minuten een bevestiging krijgen. Opgelucht haalden we adem toen de bevestiging binnen kwam en voor $60 kregen we beiden de begeerde stempel in ons paspoort waarmee we verder konden!

Toch nog gelukt: in Rwanda!

Toch nog gelukt: in Rwanda!

De minibus naar het plaatsje Musanze waar we een paar dagen zouden blijven was niet duur en vertrok vlot, en binnen een uur stonden we bij ons hotel waar we konden bijkomen van een vermoeiende dag in Afrika.

Musanze

De volgende ochtend konden we rustig aan doen, want vanwege een nationale feestochtend of iets dergelijks waren alle winkels tot in ieder geval 11 uur gesloten. Daardoor deed zich ook een voor Afrika bijzonder fenomeen voor: de straten waren bijna leeg! Ook wel fijn om weer rustig te wennen aan het feit dat het verkeer weer aan de rechterkant van de weg rijdt. Na 2,5 maand waren we eindelijk gewend aan het verkeer aan de linkerkant van de weg. (Als in: niet meer bijna omver gereden te worden als je wilt oversteken.)

Een lege straat in Afrika: ongehoord!

Een lege hoofdstraat in Afrika: ongehoord!

Wel of geen vulkaan?

We waren naar Musanze gekomen om in het Volcanoes National Park, dat vlak bij lag, te gaan wandelen. Wat we ons niet gerealiseerd hadden, is dat daar een flink prijskaartje aanhangt. De toegang van het park is $25 per persoon. Daarnaast ben je verplicht een gids te huren à $50 per persoon. Dan is het ook nog eens niet mogelijk om per minibus of motor bij het wandelpad te komen; daar is een 4×4 voor nodig, waar je ook $80 per dag voor betaalt. Een totaalplaatje van $230 voor ons tweeën dus. Na wat informeren of het goedkoper kon — meer dan een paar tientjes van de prijs af lukte niet — besloten we maar om het te laten. Dit is wel een terugkerende teleurstelling in Afrika. Het continent mag dan arm zijn, en overnachtingen, openbaar vervoer, eten en drinken daardoor erg betaalbaar, voor toeristische dingen zoals nationale parks, lodges, privé-vervoer en tours worden exorbitante bedragen gevraagd die je in meer ontwikkelde landen niet eens tegenkomt, waardoor we heel selectief moeten zijn in wat we doen. Een gemis voor ons, maar minstens zo voor Rwanda, vonden we.

Dus bleef het bij vulkanen bewonderen van een afstand, wennen aan de munteenheid en SIM-kaarten met mobiele data kopen.

Vulkanen

Vulkanen

Aangezien er verder niet veel te doen is in Musanze (tenzij je voor nog meer geld apen wilt zien), trokken we de volgende dag verder naar Lake Kivu.