Opgesloten in een minibus
De reis van Kasese naar Kabale was de meest vermoeiende die we tot dan toe gehad hadden. Het begon goed: op het busstation was een minibus die naar Mbarara zou rijden en vandaar door naar Kabale, zodat we niet over hoefden te stappen. Kosten 40.000 shillings per persoon. Anneke had ook bevlogen onderhandeld dat we pertinent níet met meer dan drie mensen op onze rij wilden zitten. Officieel kunnen en mogen er 14 mensen in een minibusje (drie personen per rij), maar het is niet ongewoon dat er 18 of nog meer mensen in gepropt worden (oftewel vier of vijf personen op drie stoelen). Dan zit je dus half op iemands schoot, tegen een raam aangedrukt, of met je linkerbil in de gleuf tussen twee stoelen. Absoluut niet fijn en zeker niet voor een reis van 5-6 uur. Ook gaven we aan pas te willen betalen als we aankwamen. We waren inmiddels door de wol geverfd.
Aangekomen in Mbarara waren we de enige twee mensen die nog over waren in de bus. De chauffeur besloot niet verder te rijden, dus wij betaalden hem de helft van de afgesproken prijs voor dit stuk van de reis en werden naar een andere minibus geëscorteerd die wel naar Kabale zou gaan. Ook deze minibus was nog bijna leeg. En bleef dat het komende uur ook.
Het ging regenen. Stortregenen. De druppels kwamen harder neer dan dat er mensen de minibus in druppelden. Af en toe zette de chauffeur de motor aan, deed een rondje om het busstation, en zette de minibus omgekeerd op de plek waar die al had gestaan. Nog een uur later waren we nog steeds geen meter opgeschoten. We begonnen langzaam ons geduld te verliezen. Uiteindelijk lieten we de chauffeur weten dat als hij niet nu weg zou rijden, we een andere bus zouden zoeken. Hij smeekte ons om nog tien minuten en we vertelden hem dat hij geen seconde meer kreeg. Tien minuten stapte hij in, startte de motor…. en stapte weer uit. De maat was vol: we pakten onze tassen en stapten uit de minibus. Dat leek effect te hebben. Hij smeekte ons om weer in te stappen; hij zou echt meteen wegrijden. We maakten hem duidelijk dat dit echt zijn allerlaatste kans was. En zowaar, we reden weg, het busstation uit. Eerst nog tanken, natuurlijk. En veel, heel veel, onderweg stoppen om het voertuig vol te krijgen.

Mbarara busstation (foto: Rajab Mukombozi via Daily Monitor)
Op een gegeven moment wou de conducteur iemand op de achterste rij zetten, terwijl we daar al met z’n drieën zaten. Op de andere rijen zaten al vier mensen. We maakten deze man duidelijk dat er niemand bij kwam op onze rij, dat het niet mag van de politie, en ook niet van de verzekering. Hij gaf het op en de nieuwe passagier werd naast vier andere mensen op een van de andere rijen gepropt. Bij elke passagier die vervolgens instapte, de volle bus zag en naar de achterste rij wees, hoorden we de conducteur iets mompelen over mzungu’s. Het kon ons niets schelen.
Het begon al te schemeren toen we Kabale binnen reden. We waren uitgeput van de lange dag rijden en wachten. De chauffeur vroeg iedereen om te betalen. Wij hadden bij de passagier naast ons, die ook van Mbarara naar Kabale ging, gevraagd wat hij betaalde en hij zei 10.000 shillings. Dus wij gaven voor ons beiden 20.000 aan de chauffeur. Hij zei dat het niet genoeg was, dat we 40.000 moesten betalen. Wij zeiden, nee het is 10.000 per persoon, dus 20.000 totaal. Hij was het er niet mee eens, en het briefje van 20.000 werd aan ons teruggegeven. “OK, dan niet,” dachten wij.
Bij het busstation aangekomen stapte iedereen uit; wij als laatsten omdat we op de achterste rij hadden gezeten. En toen gebeurde het. De chauffeur klapte de stoel van de rij vóór de uitgang dicht zodat wij er niet langs konden. We moesten betalen. Ik gaf hem weer het briefje van 20.000. Hij zei weer dat we meer moesten betalen. We hadden een woordenwisseling en probeerden onszelf ondertussen uit de minibus te krijgen. De man begon agressief te worden. Op en gegeven moment deed hij zelfs de deur dicht. Paniek begon zich van ons meester te maken. We schreeuwden door de openstaande ramen dat we gevangen werden gehouden om maar zoveel mogelijk aandacht te krijgen. Uiteindelijk kregen we de deur open en wisten uit de minibus te komen, maar onze grote tassen zaten nog achterin. Frans wist de sleutels uit het contact te krijgen en we probeerden de achterklep open te krijgen, maar het slot werkte niet. De chauffeur pakte de sleutels af en begon weg te rijden met de minibus.
Uiteindelijk wist iemand ons met de chauffeur in het kantoor van de maatschap die de bus opereert te krijgen. Een dame die daar kennelijk de manager was probeerde ons zover te krijgen dat we gingen zitten om het probleem te bespreken. Wij legden uit dat onze tassen nog in de minibus lagen en dat we die terug wilden hebben. Ze zei dat we ze zouden krijgen als we het hadden uitgepraat. Daar legden we ons bij neer.
De vrouw bleek een goed bemiddelaar en probeerde alle feiten op tafel te krijgen. Het bleek dat deze chauffeur aan die van de eerdere minibus geld had betaald om ons als passagiers “over te nemen” en verwachte dat we hem dat geld zouden vergoeden. Daarnaast bleek dat de normale prijs 15.000 p.p. was en dat de man die naast ons had gezeten kennelijk korting had gekregen. Het was de chauffeur van een minibus vrij, legde de manager uit, om te onderhandelen met de passagiers over de prijs en ze de normale prijs, of meer, of minder te vragen. Dat wij meer moesten betalen was omdat wij niet goed hadden onderhandeld. We legden uit dat we überhaupt niet onderhandeld hadden en gewoon verwachtten de normale prijs te betalen, net als iedereen. Ook legden we uit dat we de chauffeur van de eerdere minibus al betaald hadden, dus dat die deze chauffeur ten onrechte om geld had gevraagd, en dat zij dat niet ons probleem moesten maken. Daarnaast maakten we ons ongenoegen over het gedrag van de chauffeur bekend. Ze verontschuldigde zich namens hen, met als verklaring dat chauffeurs niet hoog zijn opgeleid en dus niet goed met dit soort situaties kunnen omgaan. Buiten het kantoor stond inmiddels een behoorlijke menigte het schouwspel gade te slaan.
Uiteindelijk werden we het erover eens dat we de normale prijs van 15.000 p.p. zouden betalen. En na veel aandringen kregen we een halfhartig excuus van de chauffeur: laag opgeleid of niet, zijn gedrag vonden we niet acceptabel. Nog trillend van de schrik en de adrenaline stapten we het kantoor uit, pakten onze tassen, en namen een boda boda naar onze verblijfplaats.

Uitzicht over het meer en onze camping (Overland Resort) aan Lake Bunyonyi
Het was inmiddels donker, en de rit vanuit het dorp naar onze camping, aan het Bunyonyi-meer, duurde nog een half uur, waarvan een deel een flinke heuvel op en vervolgens weer af: met een zware tas op je rug best vermoeiend. De weg was ook niet al te best op sommige plekken, wat niet hielp voor het stress-niveau. Maar uiteindelijk waren we er.
Na ons te hebben geïnstalleerd in de ruime tent die ons onderkomende voor de komende drie nachten zou zijn, hebben we gedineerd met een goed glas alcohol erbij om de zenuwen weer wat te kalmeren.
Lake Bunyonyi

Onze tent aan het meer van Bunyonyi

Uitzicht vanuit onze tent aan Lake Bunyonyi

Uitzicht over Lake Bunyonyi vanuit onze tent (op het enige zonnige moment dat we er waren)
De volgende ochtend konden we pas echt genieten van het uitzicht vanuit onze tent. Een prachtige blik over Lake Bunyonyi. Rond het water vliegen allerlei kleine vogeltjes die je ’s ochtends begroeten met hun gezang.

Moe als we waren van de vorige dag hebben we vooral gerelaxed en het piepkleine dorpje een beetje verkend.
De volgende dag hebben we een boda boda naar naar een uitzichtpunt gepakt vanwaar we wat meer van het meer en de eilandjes in het meer konden zien: erg mooi!

Uitzicht op Lake Bunyonyi vanaf Arcadia Cottages

Lake Bunyonyi met een vulkaan op de achtergrond
Voor de lichaamsbeweging zijn we lopend terug naar onze tent gegaan met bijbehorende mooie uitzichten.

Het meer vanaf een ander uitzichtpunt

Uitzicht rond het meer: veel terrassen op de heuvels voor landbouw

Bermmaaiers: grazende koeien en geiten langs de weg
We wilden graag een boottocht op het meer maken in een kano, maar het regende het grootste deel van de twee dagen dat we er waren, dus dat hebben we helaas niet gedaan. De volgende dag gingen we op tijd weg om de grens naar Rwanda over te steken.
